Literair
WAAR HET VERLEDEN VERSCHIJNT. VERBEELDING EN HISTORISCHE ERVARING BIJ COUPERUS EN HUIZINGA. 
In: Arabesken (Tijdschrift van het Louis Couperus Genootschap) 34e jaargang nr. 67 - juli 2026 p. 36-45.
Couperus en Huizinga, hoogtepunten van onze cultuur. Beide schrijvers zoeken en vinden hun inspiratie in het ervaren van het verleden. Twee werelden die elkaar niet lijken te raken. Ik probeer beide te begrijpen als levenshoudingen die elkaar niet weerspreken, maar aanvullen.
Een essay over de manier waarop Huizinga en Couperus het verleden verbeelden — elk op hun eigen wijze, maar met een verrassende verwantschap.
Link volgt zodra de uitgever het online plaatst. Maar het tijdschrift is de moeite waard voor iedereen die van Couperus houdt - en wie zou dat niet kunnen doen?

Evenbeeld, 30 variaties voor een slapeloze nacht.
Pol van Maaseik (pseudoniem), Amstelveen 2021
Een vroege dichtbundel waarin de twee stemmen die mij sinds mijn jeugd vergezellen hoorbaar worden. De gedichten vormen een driedelige reis door kinderlijke dissociatie — een telkens terugkerende onderstroom in mijn werk. Het werk vergt veel van de lezer, meer misschien dan velen kunnen opbrengen. Deze lezer vond de weg naar binnen gelukkig perfect:
Recensie
“Een dichtbundel vol dreiging en angst… zwaar te verteren, maar als je bedenkt dat het bedoeld is als tegenhanger van de troostende muziek van Bach en het slotgedicht leest, dan is het niet alleen een poging angst op te roepen, maar ook ruimte te maken om die te bezweren.” — HendrikDichter, bol.com
De bundel is nog altijd verkrijgbaar via de boekhandel en bijvoorbeeld: bol.com ​​​​​​​
verloren en verzonnen leven. 
In: Colloquium Neerlandicum 12. Handelingen van het Twaalfde Colloquium Neerlandicum (1994, verschenen 1995)
Een lezing over de culturele verwerking van het verleden in literatuur, gegeven tijdens het Twaalfde Colloquium Neerlandicum. In dezelfde sessie spraken Paul de Wispelaere en Nelleke Noordervliet over geschiedenis, fictionalisering en de historische roman.
Nu ik de tekst 32 jaar later teruglees, verbaast me niet dat hij te lang is, vooral te academisch. Wat me wél verbaast: hier staat het programma van mijn schrijven. Dit is de kiem van wat ik nu doe. Ik ga na 32 jaar mijn programma uitvoeren. Het stroomt als vanzelf uit mijn pen.
  Hier te lezen.​​​​​
WETENSCHAPPELIJK

DE VAAS VAN HUIZINGA. OVER GESCHIEDENIS, VERHAAL EN DE BETEKENIS VAN DE DINGEN DIE VOORBIJGINGEN
Proefschrift, Vrije Universiteit Amsterdam, 1993 Promotor: prof. dr. S. Griffioen Copromotor: dr. J. Davidse Referenten: prof. dr. F.R. Ankersmit, prof. dr. Th. de Boer
In dit proefschrift onderzoek ik hoe onze relatie tot de wereld in eerste instantie een esthetische ervaring is, en pas in tweede instantie verhalend en zingevend wordt. Het vormt de thematische oorsprong van mijn latere werk, al is het geschreven in het filosofische jargon van de jaren tachtig — een taal die ik inmiddels gelukkig achter me heb gelaten.

DIALECTIEK VAN HET ESTHETICISME. OVER DE BENADERING VAN GESCHIEDENIS BIJ HAYDEN WHITE EN MICHEL FOUCAULT
Tijdschrift voor Filosofie, maart 1990, p. 41–61.
De jaren dat het postmodernisme furore maakte. Het was spannend, het was dwaas.

HISTORISCHE INTERPRETATIE EN DE VERBEELDING VAN DE CULTUUR. OVER HUIZINGA’S VISIE OP GESCHIEDENIS EN DE HISTORISCHE SENSATIE
Tijdschrift voor Filosofie, december 1992, p. 607–636.
Huizinga is altijd een van mijn ankerpunten gebleven als het gaat om nadenken over geschiedenis.

VEEL EN ECHT. OVER DE GESCHIEDFILOSOFIE VAN F.R. ANKERSMIT
La Linea, Wijsgerig Forum XXII, 1994.
Frank Ankersmit was mijn grote inspirator. Hij liet zien hoe complex en subjectief onze kennis van het verleden is. Mijn vraag: dat we de geschiedenis toch kunnen kennen, is het verbazende dat de filosofie zou moeten doordenken.

GESCHIEDFILOSOFIE EN REPRESENTATIE: OVER ANKERSMITS NARRATIEVE CONCEPTIE VAN DE GESCHIEDENIS
In Pluralisme. Cultuurfilosofische beschouwingen. Redactie: Theo de Boer en Sander Griffioen. Meppel, 1995.
(Recensie: “Het artikel van Mark Kuiper over de geschiedfilosofie van Ankersmit behoort tot de inhoudelijke zwaartepunten van de bundel.” — J. Hoogland, Philosophia Reformata 61(2), 1996.)
Ergens in de tweede helft van de jaren negentig drong tot me door dat de academie nooit mijn ‘huis’ kon zijn. Ik ging naar Afrika, maar vooral naar de weilanden, de grutto’s, de pinksterbloemen, de koeien. Ik heb er dertig jaar met veel plezier gewerkt.


Natuur
Ik publiceerde tussen 1995 en 2025 veel artikelen en rapporten over agrarisch natuurbeheer. Ik geef er twee:
Een reactie in NRC-Handelsblad op een abominabel rapport van de Rekenkamer over agrarisch natuurbeheer in 2022. De honderden boeren die grote inspanningen verrichten voor de natuur op hun land en dat met veel liefde en succes doen, werden door een opvallend ondeskundig rapport aan de paal genageld. Zo omgaan met kwetsbare en goedwillende boeren, dat kan niet. Gelukkig werd het misbaksel snel 'geprullebakeerd'.  

Een uitgebreide analyse van weidevogelbeheer in Zuid-Holland waarin ik ook veel van de lessen die de vogels en boeren me leerden, kon vastleggen.​​​​​​​
In 2025 begon ik het werk van dertig jaar af te bouwen. Ik ontving de bronzen kemphaanpenning van Landschap Noord-Holland en werd  'Beschermer van het Jaar' van de stichting Beschermers Amstelland. Een mooie waardering voor het werk dat ik met plezier mocht doen en dat dankzij die prachtige menssoort 'de boer' nooit verveelde.
Back to Top