Op deze pagina korte indrukken, gedachten en invallen bij het lezen.
Hendrik de Vries, Capricho’s en Rijmcritieken.
De rij hedendaagse dichtbundels in mijn kast die hun status ontlenen aan associatieve mist en vormloos denken groeit gestaag. Daarom zoek ik lafenis in een vergeeld schriftje uit 1946, Bayard Reeks, papier was schaars en slecht: Hendrik de Vries, Capricho’s en Rijmcritieken.
De oorlog is net voorbij. Gruwelen worden gefluisterd. Kunstenaars beginnen opnieuw, zoeken het nulpunt, grijpen naar kindertekeningen en straattaal. Ondertussen publiceert een ambtenaar uit Groningen een bundeltje met soepel ritme en vanzelfsprekend rijm: Capricho’s.
Capricho betekent in het Spaans: een irrationele, spontane, grillige beweging van de geest of, aantrekkelijker nog, een kleine verwennerij. In de literatuur: een kort, fantasierijk stuk waarin sprookje, satire en droom door elkaar lopen en de logica van de verbeelding de dienst uitmaakt. Een perfecte naam voor De Vries.
In 1799 publiceerde Francisco Goya zijn 80 beroemde etsen onder dezelfde titel. De thematiek is verwant: domheid, bijgeloof, gruwelen. Kunsthistorici benadrukken graag de verlichtingskritiek, maar het publiek hield van iets anders: je kon er heerlijk bij griezelen. Zoals men niet naar naakte goden kijkt om hun vroomheid, maar om hun bevrijdende naaktheid, zo keek men bij Goya niet om de Verlichting te vieren, maar om de monsters te zien.
Bij De Vries is het net zo. Hij verkondigt geen geloof, geen kritiek, geen moraal. Hij laat ons griezelen als een kind, en lachen als een volwassene. Geen symbolen, geen diepzinnige academische verklaringen: gewoon de verbeelding die haar werk doet.
Het negende gedicht is pure kerkhofhorror:
Daarboven danst, nog vaag en schromend,
Bij rakelklank als kachelpoken
Een groot geraamte in grafgewaad.
Een maagre hond is opgedoken
En slaat van ver de dodenmaat.
En dan eindigt het met een heerlijke paradox:
Gij ribbe en bonk, tot stof gebroken,
Gij schedeldak en ruggegraat,
Gij hersens, middenrif en knoken,
Lig stil. En gij, vervloekte spoken,
Gij weet toch dat gij niet bestaat.
Humor en griezelen: De Vries op zijn best.
Het tiende gedicht spiegelt die paradox. De moeder, bij De Vries vaak een gruwelijke figuur, wordt door de wijze vader vermoord, maar keert als geest terug. De burgers ontkennen wat de vader weet, natuurlijk:
Hij weet wel dat ze terug kan komen.
Anderen zeggen: het zijn maar dromen,
Het zijn maar schaduwen tegen ’t behang.
De mensen zijn dom. De mensen zijn bang.
De nieuwe bundels in mijn kast moeten zich nog bewijzen; misschien worden ze oud papier voordat ze vergeelden. Maar Hendrik de Vries blijft, zonder diepzinnige verklaringen, zonder symbolenjacht. Gewoon omdat het bij eerste lezing altijd al goed is, en bij de tiende lezing nog beter.
Hendrik Willem Heuvel, Oud-Achterhoeksch Boerenleven. Uitgeverrij Gherre - Terborg Elfde druk 2001. (Een eeuw ononderbroken te koop in de boekhandel!)
Welke schrijver is belangrijk voor mijn werk? De eerste aan wie ik denk is het hoofd van een lagere school. (ja, ik heb de meeste 'grote' schrijvers ook gelezen.)
In 1926, honderd jaar geleden, overleed de hoofdonderwijzer van Borculo. Een jaar na zijn dood verscheen dit boek, dat gelukkig al een eeuw te koop is. Er zijn boeken die sneller uit de schappen verdwijnen.
Ik las het met meer plezier dan menig literair werk. Het geeft een beeld van het boerenleven in de Achterhoek voordat de moderne tijd zich deed gelden. We zien, in geuren en kleuren, het leven op de boerderij, zoals Hendrik zich dat herinnerde, uit 1874. Hij was in dat jaar tien jaar oud. Prachtig om door de ogen van die jongen die armoedige en magnifieke wereld te zien. Er zijn nauwelijks bronnen die ons doen ervaren hoe het is om op te groeien in een boerendorp (Loarne) in de tijd dat al het werk met de hand werd gedaan. Geen elektriciteit, geen stromend water, geen riool. Dit is een helder en lief, te lief, beeld. En wat een genot om de taal van die gewone mensen te horen, het dialect zo mijlenver van de literatuur.
Ik moet bekennen: ik las dit boek driemaal achtereen. De veurkieker die weet wanneer de mensen sterven gaan en uiteindelijk in de verte zichzelf over een eenzame landweg ziet gaan; de kwartels, patrijzen en korhoenders die de jongen van tien vanuit zijn bed kon horen; de zwervers en ambachtslieden die komen slapen in het hooi… een voorbije wereld die even niet voorbij is.
Een historische sensatie komt zelden tot me vanuit een geschiedenisboek of roman, ook al is het een historische roman. Dit boek brengt me nabij de mensen die hier, waar ik woon, anderhalve eeuw geleden leefden. Die nabijheid is voor mij de meest overtuigende vorm van waarheid. Heuvel geeft die, bladzij na bladzij.
In 1926, honderd jaar geleden, overleed de hoofdonderwijzer van Borculo. Een jaar na zijn dood verscheen dit boek, dat gelukkig al een eeuw te koop is. Er zijn boeken die sneller uit de schappen verdwijnen.
Ik las het met meer plezier dan menig literair werk. Het geeft een beeld van het boerenleven in de Achterhoek voordat de moderne tijd zich deed gelden. We zien, in geuren en kleuren, het leven op de boerderij, zoals Hendrik zich dat herinnerde, uit 1874. Hij was in dat jaar tien jaar oud. Prachtig om door de ogen van die jongen die armoedige en magnifieke wereld te zien. Er zijn nauwelijks bronnen die ons doen ervaren hoe het is om op te groeien in een boerendorp (Loarne) in de tijd dat al het werk met de hand werd gedaan. Geen elektriciteit, geen stromend water, geen riool. Dit is een helder en lief, te lief, beeld. En wat een genot om de taal van die gewone mensen te horen, het dialect zo mijlenver van de literatuur.
Ik moet bekennen: ik las dit boek driemaal achtereen. De veurkieker die weet wanneer de mensen sterven gaan en uiteindelijk in de verte zichzelf over een eenzame landweg ziet gaan; de kwartels, patrijzen en korhoenders die de jongen van tien vanuit zijn bed kon horen; de zwervers en ambachtslieden die komen slapen in het hooi… een voorbije wereld die even niet voorbij is.
Een historische sensatie komt zelden tot me vanuit een geschiedenisboek of roman, ook al is het een historische roman. Dit boek brengt me nabij de mensen die hier, waar ik woon, anderhalve eeuw geleden leefden. Die nabijheid is voor mij de meest overtuigende vorm van waarheid. Heuvel geeft die, bladzij na bladzij.